Logé voor één nacht

Het was al mid­der­nacht toen we onze auto voor de voor­deur par­keer­den. We waren tot laat op stap gewee­st, maar het was niet onze avond gewor­den. Eer­st had­den we de maal­tijd genut­tigd in een res­tau­rant dat er van bui­ten aan­mer­ke­lijk gezel­li­ger uit­zag dan toen we bin­nen waren en daar­na een the­a­ter bezocht – in de hoop dat het gepro­gram­meer­de caba­ret ons kon boei­en – waar ik na een half uur al moei­te had mijn slaap te bedwin­gen. Tot over­maat van ramp had het ook nog de hele avond gere­gend ter­wijl de tem­pe­ra­tuur ruim­schoots onder aan­ge­naam was geble­ven. Er zijn van die avon­den dat je spijt hebt dat je niet thuis bent geble­ven.

Mijn vrouw stond al bij de deur ter­wijl ik de sleu­tel nog uit het con­tact­slot moest trek­ken. “Schiet eens een beet­je op, ik word zeik­nat,” beet ze me toe. Haar humeur had dui­de­lijk gele­den onder de teleur­stel­len­de avond. “Rus­tig, ik kan niet hek­sen,” kift­te ik wei­nig roman­tisch. Ik gooi­de de auto­deur dicht, trok m’n jas over mijn hoofd en draaf­de in loop­pas naar haar toe. Op zo’n moment kan ik in het don­ker dan ook de juis­te sleu­tel niet vin­den. “Schiet nou op!” vul­de mijn vrouw haar eer­ste com­man­do aan. Toen we ein­de­lijk bin­nen waren en ik wil­de afslui­ten, riep ze: “Oh, m’n tas ligt nog in de auto!” Ik terug, ter­wijl ik de voor­deur nu een stuk­je open­liet om niet opnieuw naar mijn sleu­tel te hoe­ven zoe­ken.

Uit­ein­de­lijk plof­te ik op mijn eigen com­for­ta­be­le stoel neer, ont­daan van alle over­bo­di­ge kle­ding­stuk­ken. Ik had inmid­dels ook onze hond nog tegen een boom­pje laten plas­sen en druk­te op het knop­je van de afstands­be­die­ning in de hoop het laat­ste jour­naal te kun­nen zien. “Ik weet niet wat jij doet, maar ik ga naar bed!” liet mijn vrouw mij zon­der veel omhaal weten, ter­wijl ze de kamer­deur ach­ter zich sloot. Plot­se­ling hoor­de ik een kreet. Ik sprong over­eind en haast­te me naar de slaap­ka­mer. “Wat is er?” vroeg ik. “Kijk daar!” riep mijn vrouw, als­of er een bui­ten­aards wezen in ons slaap­ver­trek was neer­ge­daald. Ze wees naar ons bed. Mijn ogen moesten even wen­nen aan het don­ker, want veel licht heb­ben we daar niet. “Is zo onge­zel­lig,” is de stel­ling van mijn vrouw. “Waar?” vroeg ik om tijd te rek­ken. “Daar, in het mid­den,” wees ze nog­maals. Lees ver­der →

Een touwtje voor Mark Raat

Zoals altijd in de eer­ste week van een nieuw jaar over­laadt alles en ieder­een elkaar met de beste wen­sen, een kri­tische terug­blik op de afge­lo­pen twaalf maan­den en goe­de voor­ne­mens voor de toe­komst. Maar vaak zijn de wen­sen bin­nen enke­le dagen alweer ver­ge­ten en blijkt de kri­tische terug­blik nau­we­lijks eni­ge lering te heb­ben opge­le­verd. De wereld raast in hoog tem­po door, ont­wik­ke­lin­gen gaan snel­ler en snel­ler en het ver­wach­tings­pa­troon wordt met de dag gro­ter. Wat van­daag nog onvoor­stel­baar lijkt, ligt mor­gen bin­nen hand­be­reik en is over­mor­gen ach­ter­haald. Hoe roman­tisch zijn de ver­ha­len van Jules Ver­ne die ander­hal­ve eeuw gele­den zaken … Lees ver­der →

Uitlenen

Als er iets is waar ik de laat­ste tijd voor­zich­tig mee ben is het uit­le­nen. Niet dat ik het erg vind om zaken die ik even niet nodig heb door ande­ren te laten gebrui­ken, maar de keren dat ik daar­na zelf mis­grijp zijn niet op de vin­gers van mijn twee han­den te tel­len. Ver­dom­me, waar is mijn boor­ma­chi­ne en wie heeft de plak­ta­fel ook al weer? Het ver­leng­snoer, de snoei­schaar en die mooie gro­te rol plak­band, ik heb ze alle­maal een keer uit­ge­leend en daar­na nooit meer terug­ge­zien. Toe­ge­ge­ven, ik ben zelf ook niet erg zui­nig uit­ge­val­len en geor­dend ben … Lees ver­der →

Een Medembliks kerstverhaal

Heeft u van die klei­ne kerst­man­ne­tjes? U weet wel, die je in een boom kunt han­gen.” De markt­koop­man keek mijn vrouw aan met een blik van: nou heb ik van alles op m’n kraam lig­gen, maar vrou­wen moe­ten altijd iets dat ik niet heb. Mee­wa­rig schud­de hij zijn kalen­de hoofd. “Nee, maar je kunt alles aan een touw­tje in een boom han­gen,” ant­woord­de hij cynisch. “Heeft u dan een touw­tje voor aan mijn buur­vrouw?” riep een man luid ach­ter ons. Zijn ver­hou­ding met de buren was ken­ne­lijk niet opti­maal. “Sor­ry, maar ik zoek echt kerst­man­ne­tjes,” ver­ont­schul­dig­de mijn vrouw zich. Lachend … Lees ver­der →

Leuke dingen

Eigen­lijk had het najaar nog maar wei­nig spo­ren van ver­val getoond. De tem­pe­ra­tuur was boven nor­maal geble­ven, de zon had geen afscheid kun­nen nemen van de zomer en de bomen waren nau­we­lijks bereid gewee­st hun blad los te laten. Maar afge­lo­pen dagen liet de herfst toch haar ware gezicht zien. Ze dwong met een eer­ste novem­ber­storm de bomen van gedach­ten te ver­an­de­ren. Bin­nen enke­le uren had­den de mees­te tak­ken hun loof prijs­ge­ge­ven en het bos voor­zien van een bont tapijt. Een grij­ze nevel liet nau­we­lijks ruim­te voor zon­ne­stra­len. Het leek als­of de wereld in een plot­se­lin­ge depres­sie was geraakt. Rano­mi … Lees ver­der →

Cineast

Toen onze kin­de­ren nog klein waren – waar­van ik me nu nau­we­lijks kan voor­stel­len dat ze dat ooit gewee­st zijn – was Ita­lië voor ons de meest regel­ma­tig terug­ke­ren­de vakan­tie­be­stem­ming. Enke­le malen huur­den we een onder­ko­men ter plaat­se, maar over het alge­meen sleep­te er een flin­ke sleur­hut ach­ter ons aan. Cara­van inla­den, instap­pen en weg­we­zen, rich­ting ‘Lago di Garda’. Als je deze zin zo leest lijkt het als­of altijd alles uiter­st soe­pel ver­liep, maar schijn bedriegt. Meest­al had het behoor­lijk wat voe­ten in de aar­de. Nadat we onze baga­ge min­stens tien keer had­den gecon­tro­leerd en ieder­een met veel pijn en … Lees ver­der →